Stemvee
We werden als runderen bijeengedreven. Voor individuele behoefte aan een computer werd nog ruimte gegeven, zelf een geslepen muis meenemen. Maar we moesten wel ons denken staken. En bloed afgeven voor een blonde prinses met een doodskruis op haar voorhoofd. We moesten telkens over ons verleden praten. Traumatische gebeurtenissen hadden de voorkeur, want immers oorzaak van alles.
Als ze ons bloed hadden, sijpelde er informatie naar de doctoren.
De doctoren hadden de illusie dat alles ging zoals het ging. We moesten betalen voor een parkeerplaats, en stemmen over de tijd van de tussenweg. We konden ons presidenten wanen, onszelf zijn, en de plaats innemen van een ander. Maar de analyse van ons bloed stelde onze organen beschikbaar aan de wetenschap van zielsverwanten. We onthielden ons doorgaans niet van de paringsdans.
De mannen kregen een regenjas, de vrouwen een trui van angorawol. We waren niet langer het product van onze arbeid, maar kregen nu ook een stempel als persoon. Een tatoeage op onze bevallige kont, een nummer zoals in de kampen.
De hokjes waarin we werden gedouwd werden steeds kleiner, omdat we economisch waren, en de mensen ons in steeds grotere proporties opaten, soms zelfs zonder ons te bakken. Ze vroegen of we drugs hadden gebruikt, maar we zaten zo vol met hormonen dat alles werd verdoezeld.
Hadden we hevige emoties, dan werden die de kop in gedrukt door onze ballen te verwijderen. Beten we in onze eigen staart, dat werden we in staat gesteld een tandarts te raadplegen, desnoods voor een tweede opinie, het snobisme bloeide welig rond onze aangetaste staart.
Hadden we een eigen mening, dan werd ons sarcasme verweten,
alsof we zelf zeggenschap over onze lijken hadden, wanneer we in koelwagens werden vervoerd naar een restaurant aan zee.
We bleven lange tijd zwijgen, maar er waren soortgenoten die het niet meer konden bekruipen. Dat werden tijdelijke helden, totdat er weer een andere held opstond, met een olifant naast zich in bed. Er werden zangers geboren, presidenten tot zwijgen gebracht, maar al die tijd bleef ons lot hetzelfde. We waren eenzame geiten, door de waanzin gebracht tot wat we waren tijdens drachtige tijden.