Van materialisme wil ik helemaal niet weten
ik leef op water en droog brood als het moet
pas voor stapelgek mag ik worden versleten
als ik een afkeer krijg van het natuurlijk erfgoed
Op mijn zwerftochten lang akkers en weiden
waar onder een zomerzon gewassen welig tieren
de winter met zijn oostenwind ijzig kan snijden
kom ik samen met een verscheidenheid aan dieren
Langs oneindige bossen en rulle paden zand
ontkiemen zaden tot een geurig bloemenboeket
pittoreske luchten passeren aan het land
dit is waar ik mijn handtekening onder zet
De buitenwereld zal het amper begrijpen
als ik tegen mezelf over deze schoonheid praat
soms moet ik dan ook in mijn arm knijpen
wanneer de werkelijkheid deze droom toestaat
.