1953 watersnoodramp
Boven op het dak zit de gereformeerde herenboer
Gevlucht voor het wassende water
Dat al stijgende hem dreef een veilig heen komen zoeken
Een ander uitweg was er niet
Na twaalf uren wachten smekend vastberaden
en vertrouwend op de heer
Plots een brandgast in een boot langszij
Oh herenboer ik kom u redden
Was zijn hard geschreeuw
Maar zo stoïcijns als de herenboer was
Antwoorden hij
Nee ik vertrouw op mijn heiland
De brandgast voer weer henen
De klok sloeg middernacht
En de herenboer zat te klapperen
De koude van zich weg
Met handen aan het wapperen
Nog steeds wacht hij op zijn verlossing
De heiland’s helpende hand
Midden op het nachtelijk uur
Ten tweede malen langszij geijverd
De commandant der brandgasten
Die riep ik kom je halen
En wederom zei de herenboer
Nee ik vertrouw op mijn heiland´
De commandant voer machteloos heen
En de tijd begon te knellen
Het water steeg harder als voorheen
Het water heeft de herenboer
Uiteindelijk doen vellen
De herenboer steeg op
En land aan heiland’s deur
Met een kwaaie kop
Zegt hij tegen de heiland
Ik vertrouwde op u mijn Heer
Waarom ben ik al hier
De heiland sprak devoot
Twee bootjes stuurde ik u
Had maar wat vertrouwen in uw Heiland’s Heer