Ik overdrijf niet, maar zweef
door herinneringen, en als het stilt
land ik zacht op toekomst-zoenen
je tovert met ieder woord
twinkelend gestraal
en gevlinder in mijn oogopslag,
pupillen vergroten om meer jou te zien
en adem-stokkend tot diep in mijn buik
ben jij de verbeelding van verliefd
mijn hart tikt hals-over-kop dagen door
tot het weerzien waar ik je achterliet,
ik vergat hoe je lachte die nacht