Met de wind in mijn rug als stuwende kracht en stille getuige
volg ik mijn hoofd hoger de wolken in,
ik begrijp niet langer wat ik denk, dwaze gedachten
draaien verliefd rond de vlinders in mijn buik
ze achtervolgen fantasieën tot het hoogtepunt nadert,
genotzuchtig, zelfzuchtig, en ik zucht mee,
tot ze zich doldraaien, verliezen van het gevoel
en ik eenzaam achterblijf. Meer gefrustreerd dan ik al was.
Maar je hebt me lief, zoals niemand eerder,
jij danst schaamteloos door mijn hart
en mijn hart huppelt met je mee